trechter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- taps toelopende buis, gebruikt voor het vullen van vaten (ook (huishouden))
Etymologie
*Afgeleid van het Latijnse trajectorium
Vertalingen
Engelsfunnel
Fransentonnoir
DuitsTrichter
Spaansembudo
Italiaansimbuto
Deenstragt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek