trekpot

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een pot waarin men thee kan laten trekken
    Er werd ook flink gepoetst („2 dosyn besems, 1 veltje seemleer, 1 Sakkie Zand”), thee gedronken („1 blikke Thee stoof, ijzere Convoor, tinnen trekpot”) en geschreven („Post papier & 2 boeke-Ordenarij”). En het bier vloeide rijkelijk, waarschijnlijk ook vanwege de slechte kwaliteit van het drinkwater – iets waarover werd geklaagd. NRC Ewoud Sanders 14 maart 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/03/14/achter-het-stucwerk-oude-boodschappenlijstjes-12004738-a620944 Achter het stucwerk: oude boodschappenlijstjes]

Vertalingen

Engelsteapot