Trekweg
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
- weg die gebruikt wordt door trekkende dieren
Vertalingen
Engelstowpath, towing path
Franschemin de halage
DuitsTreidelpfad, Treidelweg, Leinpfad
Spaanscamino de sirga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek