trema

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) diakritisch teken in de vorm van twee puntjes dat geplaatst wordt op een klinker om aan te geven dat met deze letter een nieuwe lettergreep begint
    Het woord coëfficiënt heeft twee trema's.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deelteken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1769

Vertalingen

Engelsdiaeresis
Franstréma
DuitsTrema
Spaansdiéresis, crema
Italiaansdieresi
Portugeestrema
Zweedstrema