treuzel
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van treuzel?
treuzel betekent: treuzelaar
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- treuzelaar
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van treuzelen
- gebiedende wijs van treuzelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van treuzelen
Voorbeelden van "treuzel" in een zin
- Ik treuzel.
- Treuzel!
- Treuzel je?
Veelgestelde vragen over treuzel
Wat is de betekenis van treuzel?
treuzel betekent: treuzelaar
Hoeveel betekenissen heeft treuzel?
treuzel heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft treuzel?
treuzel is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je treuzel in een zin?
Voorbeeld: “Ik treuzel.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek