triade

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drie personen of zaken die bij elkaar horen
  2. religie (religie) drie goden of goddelijke personen
  3. scheikunde (scheikunde) drie elementen van het periodiek systeem die bij elkaar horen
  4. psychologie (psychologie) een driehoeksrelatie
  5. een Chinese criminele organisatie

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'trias' (2e nv. triados) (het getal drie, drietal)

Vertalingen

Engelstriad
Franstriade
DuitsTriade
Spaanstríada