triatlon
/ˈtrijɑtlɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) wedstrijd de bestaat uit zwemmen, fietsen en hardlopenIedereen die verzekerd wil zijn van een startbewijs voor de Triathlon{{sic!|triatlonDe buurvrouwen en vriendinnen Colette Gomez (37) en Miriam Gerfen (40) gaan de uitdaging deze vrijdagavond ook aan. Het sportieve duo uit Eibergen is in voorbereiding op de triatlon(sic) benieuwd wat ze tijdens de rit te wachten staat. Tubantia André Scheffers 28-12-18 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/op-verlichte-mountainbike-door-eibergse-nacht~a8843e24/ Op verlichte mountainbike door Eibergse nacht]Holland eindigde in de afsluitende finale van de negen wedstrijden tellende strijd om de titel als tweede, kort achter de Australische Ashleigh Gentle die na 1 uur en 52 minuten klaar was met de triatlon over de standaard afstand, voorheen olympische afstand (1,5 km zwemmen, 40 km fietsen en 10 km hardlopen). Ze loste de Amerikaanse Katie Zaferes af aan kop van de ranglijst. De Telegraaf 15 sep. 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/2559786/wereldtitel-voor-triatlete-holland Wereldtitel voor triatlete Holland]
Etymologie
*van "triathlon", op te vatten als gevorm naar het voorbeeld van "pentatlon"
Vertalingen
Engelstriathlon
Franstriathlon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek