tricotage

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het machinaal vervaardigen van gebreide stoffen
    In opdracht van de gemeente heeft het bedrijf Kunstwacht een wandmozaïek van de Oldenzaalse kunstenaar Jan Schoenaker gedemonteerd in het pand van de voormalige tricotage/confectiefabriek Oltri aan de Parallelstraat.

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelsknitted garment