trigger

mannelijk (de)/ˈtrɪɡər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onmiddellijke aanleiding waardoor iets begint, aanzet waardoor iets in beweging komt
    Een foto kan de trigger zijn van een gemeenschappelijk verleden, het ophalen van unieke, vaak ongekende anekdotes, een verdwenen levensstijl.
  2. psychologie (psychologie) waarneming die door associaties met eerdere ervaringen een dwangmatige reactie oproept
    Is er inderdaad iets in te brengen tegen het publiceren van en over zelfmoord? Prof. Speijer: „Ik ben tegen het publiceren in details van een bepaald zelfmoordgeval. Inderdaad is het mogelijk dat daardoor iemand anders de „trigger" krijgt om op dezelfde manier zelfmoord te plegen.

Etymologie

* terugontlening van "trigger"