trike

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. motorfiets met twee achterwielen
    Het gaat om de modellen Touring, CVO Touring en Trike, uit jaren 2009 tot 2012.
    Bij doorzoeking van de woningen zijn twee vuurwapens en grote geldbedragen gevonden. Het gaat om 10.000 euro in contant geld. Ook twee auto's en een trike zijn in beslag genomen voor het onderzoek.
    De 51-jarige verkeersregelaar verongelukte toen hij bij Lettele op een trike een ambulance wilde begeleiden.

Etymologie

* uit het Engels