trillen
/'trɪlə(n)/
Wat is de betekenis van trillen?
trillen betekent: (inerg) snel heen een weer bewegen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) snel heen een weer bewegen
Voorbeelden van "trillen" in een zin
- De snaar trilde totdat de harpist deze met zijn hand afdempte.
- Ik stond te trillen op mijn benen.
- Zijn armen en benen beginnen te trillen van de inspanning en van, vermoedelijk, de angst.
Etymologie
* In de betekenis van ‘beven’ voor het eerst aangetroffen in 1434
Vertalingen
Engelstremble, shake, vibrate
Fransvibrer
Duitszittern, vibrieren
Spaanstemblar, vibrar, rehilar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek