Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tripling

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtrɪplɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) dubbel inhalen; het passeren van een voertuig terwijl dat zelf een ander voertuig passeert
    Het verbod op tripling (dubbel inhalen) geldt ook als het eerste dubbel ingehaald voertuig een motorfiets, een fiets of bromfiets is.

Etymologie

*van "tripling" "verdriedubbeling"