Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tris'er
mannelijk (de)/ˈtrɪsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) (historisch) (Suriname) iemand die tussen 1868 en 1975 deel uitmaakte van de Troepenmacht in SurinameDe linker zuil is ongeveer 2 meter hoog, heeft in bas-reliëf een TRIS’er die op wacht staat en één plaquette.
Etymologie
*afgeleid van "TRIS"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek