Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

trisser

mannelijk (de)/ˈtrɪsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) (België) iemand die een studiejaar voor de derde keer volgt, na daarvoor tweemaal niet te zijn geslaaagd
    Ze was warempel een trisser geworden. Mógen worden. Zo alomtegenwoordig bissers waren, zo uitzonderlijk ‘trissers’. Trissen kon maar met speciale permissie van de academische overheid.

Etymologie

*afgeleid van "trissen"