Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tritonus
mannelijk (de)/triΛtonΚs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) interval dat drie hele tonen (of zes halve tonen in gelijkzwevende stemming) omvat
Etymologie
*van Latijn """, met "tri-" "driemaal" afgeleid van "tonus" "toon"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek