Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
trobi
/Λtrobi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruzie, lastige situatieZe hadden trobi op straat, het liep helemaal uit de handIk heb trobi met mijn baas over mijn werkuren.Nou ja, in elk gezin komt er zo'n beetje trobi voor, maar we vilden elkaar gauw weer.
Etymologie
*, van """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek