Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
troefcall
/ˈtrufkɔːl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een Surinaams kaartspel dat lijkt op klaverjassen en hartenjagenBangsa Jawa grijpt de drukbezochte soos op vrijdagavond (bami! gamelan! troefcall!) aan om voorlichting te geven over zaken als medicijngebruik, remigratie en de menopauze.De mensen kwamen langs om wat te eten en te drinken en ik maakte met de microfoon in de hand een praatje met de gasten en draaide muziek, latin en soul. 's Nachts werd er gekaart, troefcall, om flinke sommen geld. Dat ging door tot de zon opkwam.'
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek