Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
troema
mannelijk/vrouwelijk (de)/truˈma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bijdrage, gift
- heffing op landbouwproducten voor de priesters
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
* Herkomst: Hebreeuws