troglodiet

mannelijk (de)/troɣloˈdit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een mens die in grotten (of holen) leeft
    Troglodieten woonden in grotten.
  2. pejoratief (pejoratief) een dom, bruut persoon
    Wat is hij een ongelofelijke troglodiet.

Etymologie

*Afgeleid via het Latijnse trōglodyta van het Oudgriekse τρωγλοδύτης.