trompetbloem
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort plant, uit de trompetboomfamilie ()
- (plantkunde) benaming voor bladverliezende, verhoutende klimplanten uit het geslacht , die vooral gedijen in subtropische en ; in gematigde streken zijn ze winterhard bij teelt tegen een warme muur.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek