trooster

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die iemand anders troost als deze verdriet heeft
    "Ik heb het afgelopen jaar wel veel angsten moeten overwinnen omdat ik er nu alleen voor sta met mijn kinderen Ko (9) en Sjef (4). Dat is ploeteren", vertelt de actrice in een exclusief interview met VROUW. "Het is heel erg beangstigend geweest. Je bent het ineens allemaal in je eentje; de boeman, de trooster, degene die voor ze zorgt... Daarvoor deden we het met z'n tweeën."de Telegraaf 28 apr. 2014
    Donald Trump bezocht eindelijk het door orkaangeweld geteisterde Puerto Rico en hij toonde opnieuw aan hoezeer hij worstelt met zijn rol als 'nationale trooster.Volkskrant Stieven Ramdharie 4 oktober 2017

Etymologie

* van troosten

Vertalingen

Engelscomforter, consoler