troostprijs

mannelijk (de)/ˈtros(t)prɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een prijs die ter bemoediging wordt uitgereikt aan deelnemers van een wedstrijd die niet hebben gewonnen
    Ik verlaat de galerie met een troostprijs: een ballon met de woorden „All I won was this lousy balloon.” Toch een conceptueel kunstwerk rijker. Of is het alleen maar een ballon? NRC Sandra Smets 2 november 2016