Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
trosvlier
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een struik uit de muskuskruidfamilie (). De trosvlier staat op de als algemeen voorkomend en sinds 1950 stabiel of toegenomen. De trosvlier komt van nature voor in de koudere en gematigde streken op het hele noordelijk halfrond. De struik wordt tot 6 meter hoog. Het merg in de grijze, gebogen takken is geelachtig bruin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek