trouwkleed

onzijdig (het)/ˈtrɑuklet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jurk die door de bruid speciaal wordt aangekocht of op maat gemaakt voor op de huwelijksdag
    Het gezicht van Maria Anna is behoorlijk gedetailleerd geschilderd, maar de zilveren jurk (het officiële trouwkleed voor de allerhoogste adel, zo ontdekte een kostuumhistorica) is veel vluchtiger opgezet.Volkskrant Sacha Bronwasser 7 mei 2008
    Bakken geld worden er tegen de huwelijksdag aan gegooid en weer legt de deskundige het verschil met de koele Nederlander uit. De kijker mag een kijkje nemen in het meisjesparadijs bij uitstek, de winkel waar het trouwkleedaangeschaft wordt door een bloedserieuze aanstaande bruid.NRC Caroline Griep 11 april 1992