Tuba
mannelijk (de)/หtyba/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een koperen blaasinstrument met lage toon
- (medisch) een buis met een trompetvormige opening, zoals de eileider (tuba uterina of tuba Falloppi) en de buis van Eustachius (tuba auditiva)
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van โblaasinstrumentโ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Vertalingen
Engelstuba, tube
Franstuba
DuitsTuba
Spaanstuba
Zweedstuba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek