tuig

onzijdig (het)/tœy̯x/

Wat is de betekenis van tuig?

tuig betekent: ding, voorwerp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ding, voorwerp
  2. techniek (techniek) machine of gebruiksklare constructie, die is ingericht om een activiteit of bezigheid te verrichten of eenvoudiger te maken: rijden, spelen, varen enz.
  3. , geboefte, geteisem, lieden van laag allooi, slecht volk
  4. harnas, verzameling riemen waarmee een persoon of dier in bedwang gehouden kan worden
  5. scheepvaart (scheepvaart) de verzamelnaam voor alle zeilen, staand (vast) en lopend (beweegbaar) want, het touwwerk en de rondhouten die nodig zijn om een schip voort te bewegen en om een schip te laten ankeren
  6. vistuig

Voorbeelden van "tuig" in een zin

  • Pas op anders gaat dat hele tuig in de fik.
  • Als het tuig eenmaal in de ruimte is, begint de gewichtsloosheid een rol te spelen.
  • Rondom Albert hield iedereen even de adem in. Toen barstte het geschreeuw los. De smeerlappen. Die moffen zijn nog geen steek veranderd, wat een smerig tuig! Barbaren, enz. En dan ook nog een jonge en een oude man! {{Aut|Lemaitre, Pierre
  • Ik laat me door dat tuig niet in de wielen rijden.
  • Woensdag trad Obama voor het eerst publiekelijk naar buiten als elder statesman. In een Zoom-verbinding met niet-witte jongeren sloeg hij een volstrekt andere toon aan dan Trump, die zich vooral heeft beperkt tot dreigementen en het zwartmaken van betogers als links tuig.

Betekenis en uitleg van tuig

Het woord 'tuig' verwijst vaak naar spullen of gereedschap die je nodig hebt voor een specifieke activiteit, zoals in de context van sport of hobby's. Het kan ook gebruikt worden om te verwijzen naar een groep mensen die zich op een negatieve manier gedragen, zoals 'het tuig van de richel'.

Je kunt 'tuig' gebruiken in informele gesprekken, vaak met een negatieve of minachtende ondertoon als het gaat om mensen. Daarnaast kan het ook neutraal gebruikt worden om te verwijzen naar noodzakelijke uitrusting of materialen. Het woord roept vaak associaties op met rommel of ongewenste zaken.

Voorbeelden

  • Tijdens de training hebben we al het tuig bij elkaar verzameld om te zorgen dat we alles bij de hand hebben.
  • Die jongens daarachter zijn echt tuig, ze maken alleen maar rotzooi in de buurt.
  • Het atelier was vol met creatief tuig, van schildermaterialen tot oude meubels die een nieuw leven kregen.

Woordoorsprong

Het woord 'tuig' komt van het Middelnederlandse 'tuic', wat 'gereedschap' of 'uitrusting' betekent. De betekenis heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld naar de huidige connotaties.

Veelgestelde vragen over tuig

Wat is de betekenis van tuig?

tuig betekent: ding, voorwerp

Hoeveel betekenissen heeft tuig?

tuig heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tuig?

tuig is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je tuig in een zin?

Voorbeeld: “Pas op anders gaat dat hele tuig in de fik.

Etymologie

* In de betekenis van ‘toestel, gerei’ voor het eerst aangetroffen in 1500

Uitdrukkingen

  • [3] "plebs, lieden van laag allooi"
  • Dat is tuig van de richel.Dat is tuig bij uitstek, dat zijn echt verkeerde mensen

Vertalingen

Engelsrig, thing, equipment
Spaansaparejo