Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tuingast
mannelijk (de)/ˈtœyŋɣɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) vogel die leeft in het groen rond menselijke huizenHet bijzondere vogeltje bleef regelmatig terugkeren naar de voederplaats in de achtertuin van Motz. Een maand later liet Motz zijn bijzondere tuingast zien aan Brian Peer, hoogleraar gedragsecologie aan de Western Illinois University.
Etymologie
*, gevormd naar het voorbeeld van wintergast en zomergast
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek