tuinpaviljoen

onzijdig (het)/ˈtœympavɪlˌjun/

Wat is de betekenis van tuinpaviljoen?

tuinpaviljoen betekent: gebouw dat in een tuin staat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebouw dat in een tuin staat

Voorbeelden van "tuinpaviljoen" in een zin

  • Op de binnenplaats van het huis dat de Antipovs huurden lag net zo'n bootje met zijn witgeverfde bodem omhoog, waaronder Katjenka speelde als onder het gewelfde dak van een tuinpaviljoen.
  • In Den Haag had je ook het Tuinpaviljoen. In het begin was dat een grote circustent (de tent van de Willem Ruis Show), waar een bijzonder sfeertje hing door de luifels en de houten stoeltjes. Het was toen niet ongebruikelijk dat het laatste concert om twee uur in de ochtend gepland stond.
  • In het tuinpaviljoen van De Vos kon het publiek zich spiegelen aan de nuchterheid van de Cananefaten die alhier de Romeinse keizer Caligula uitlachten om zijn strijd tegen de zee, of de opofferingsgezindheid van Jan van Schaffelaar die op het punt staat van de toren te springen.

Veelgestelde vragen over tuinpaviljoen

Wat is de betekenis van tuinpaviljoen?

tuinpaviljoen betekent: gebouw dat in een tuin staat

Welk woordgeslacht heeft tuinpaviljoen?

tuinpaviljoen is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van tuinpaviljoen?

Synoniemen van tuinpaviljoen zijn: tuinhuis.

Hoe gebruik je tuinpaviljoen in een zin?

Voorbeeld: “Op de binnenplaats van het huis dat de Antipovs huurden lag net zo'n bootje met zijn witgeverfde bodem omhoog, waaronder Katjenka speelde als onder het gewelfde dak van een tuinpaviljoen.