Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tuinviool
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtœyɱviˌjol/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaalde kruising, met een driekleurig viooltje als stamouder, oorspronkelijk een tuinplant die ook verwilderd voorkomt in verstedelijkte gebieden op open en zonnige, droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkarme tot neutrale bodems bestaande uit zand, lemig of een andere grondsoort
Etymologie
* of een terugvorming uit tuinviooltje zonder het achtervoegsel -tje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek