Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tuinviool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtœyɱviˌjol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaalde kruising, met een driekleurig viooltje als stamouder, oorspronkelijk een tuinplant die ook verwilderd voorkomt in verstedelijkte gebieden op open en zonnige, droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkarme tot neutrale bodems bestaande uit zand, lemig of een andere grondsoort

Etymologie

* of een terugvorming uit tuinviooltje zonder het achtervoegsel -tje