tuiser
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een dobbelspel speeltEen tuiser of tuischer, zoals men vroeger schreef, is een speler, een dobbelaar, iemand die "zich overgeeft aan het spel genaamd tuischen". De spel-betekenis, zo veronderstelde ik twee weken geleden, is vermoedelijk afgeleid van de oudere betekenis van tuisen: "wisselen, ruilen". De Standaard 25 OKTOBER 2004 OM 00:00 UUR | Joop van der Horst [http://www.standaard.be/cnt/giq9o4al Tuisen en klassieke muziek]
- tussenpersoon bij de handel in veeEen lezer uit Lubbeek wijst mij op een betekenis van tuiser die ik niet kende: de tussenpersoon bij het verkopen van dieren zoals koeien en stieren. Zo is het woord (als "tossjer") althans in Bertem bekend. De Standaard 25 OKTOBER 2004 Joop van der Horst [http://www.standaard.be/cnt/giq9o4al Tuisen en klassieke muziek]
- bedrieger
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek