tuit
mannelijk/vrouwelijk (de)/'tœyt/
Wat is de betekenis van tuit?
tuit betekent: (techniek), (huishouden) schenkpijp aan een kan of ketel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek), (huishouden) schenkpijp aan een kan of ketel
- spits toelopend einde
Voorbeelden van "tuit" in een zin
- Een theeketel met tuit.
- De tuit van een muts.
Etymologie
*Regionale nevenvormen zijn toot en teut [B].
Vertalingen
Engelsspout
Fransverseur
DuitsTülle
Spaanspico
Italiaansbeccuccio
Portugeesbico
Russischносик
Chinees嘴子
Japans噴出口
Turksuç
Poolsdzióbek
Zweedspip
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek