tuit

mannelijk/vrouwelijk (de)/'tœyt/

Wat is de betekenis van tuit?

tuit betekent: (techniek), (huishouden) schenkpijp aan een kan of ketel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, huishouden (techniek), (huishouden) schenkpijp aan een kan of ketel
  2. spits toelopend einde

Voorbeelden van "tuit" in een zin

  • Een theeketel met tuit.
  • De tuit van een muts.

Betekenis en uitleg van tuit

Een tuit is een naar buiten stekende punt of uitsteeksel, vaak in de vorm van een snuit of een puntige uitlopers. Je kunt het bijvoorbeeld tegenkomen bij de lippen van een vogel of de punt van een fles.

Het woord 'tuit' wordt vaak gebruikt in de context van natuur en ontwerp. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken als je het hebt over de snuit van een dier of de vorm van bepaalde gereedschappen. Het heeft een speelse nuance en roept een beeld op van iets dat naar voren steekt of uitkomt.

Voorbeelden

  • De tuit van de fles maakte het gemakkelijk om precies te gieten zonder te morsen.
  • De kleine tuit van de vogel was perfect voor het vangen van insecten.
  • Met een tuitvormige spuit kun je nauwkeurig toppings aanbrengen op je dessert.

Woordoorsprong

Het woord 'tuit' komt mogelijk van het Middelnederlandse 'tuyt', wat 'uitsteken' of 'puntig' betekent.

Veelgestelde vragen over tuit

Wat is de betekenis van tuit?

tuit betekent: (techniek), (huishouden) schenkpijp aan een kan of ketel

Hoeveel betekenissen heeft tuit?

tuit heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tuit?

tuit is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je tuit in een zin?

Voorbeeld: “Een theeketel met tuit.

Etymologie

*Regionale nevenvormen zijn toot en teut [B].

Vertalingen

Engelsspout
Fransverseur
DuitsTülle
Spaanspico
Italiaansbeccuccio
Portugeesbico
Russischносик
Chinees嘴子
Japans噴出口
Turks
Poolsdzióbek
Zweedspip