tunnel
Wat is de betekenis van tunnel?
tunnel betekent: (verkeer) een kunstmatige ondergrondse doorgang, m.n. op autowegen
Betekenis
- (verkeer) een kunstmatige ondergrondse doorgang, m.n. op autowegen
- (dierkunde) langwerpig hol [2]
- iets dat lang en overdekt is
Voorbeelden van "tunnel" in een zin
- Verderop loopt de weg een tunnel in.
- Een vrachtwagenchauffeur heeft zijn dak eraf gereden bij de Stationstunnel in Den Bosch. De wagen was te hoog om door de tunnel te rijden, maar daar kwam de bestuurder te laat achter. Het zou om een jonge chauffeur gaan die pas net zijn vrachtwagenrijbewijs heeft, maar het bedrijf uit Elshout waar de vrachtwagen van is wil niet verder op details ingaan. Omroep Brabant Maaike Cnossen 28-8-2019 [https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3059012/Jonge-chauffeur-bestuurde-vrachtwagen-die-dak-verloor-in-Stationstunnel-in-Den-Bosch-VIDEO Jonge chauffeur bestuurde vrachtwagen die dak verloor in Stationstunnel in Den Bosch]
- Omdat daar geen bruggenbouw mogelijk was geweest in de wintertijd. Dan moest je je uitsluitend bezighouden met het werken aan de tunnels.
- De AT, de Appalachian Trail, wordt ook wel de long green tunnel genoemd.
Betekenis en uitleg van tunnel
Een tunnel is een ondergrondse of onderwater doorgang die vaak gebruikt wordt om verkeer van de ene naar de andere kant van een berg, rivier of stad te leiden. Ze zijn ontworpen om een veilige en efficiënte route te bieden, waarbij obstakels zoals heuvels of water worden omzeild.
Het woord 'tunnel' wordt vaak gebruikt in de context van infrastructuur en transport, zoals autowegen of spoorlijnen. Tunnels kunnen ook voorkomen in andere situaties, zoals in de bouw of zelfs in de natuur, waar dieren tunnels graven. De term kan soms ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om een gevoel van isolatie of afgeslotenheid te beschrijven.
Voorbeelden
- De nieuwe tunnel onder de stad is eindelijk geopend, waardoor het verkeer flink is verbeterd.
- Tijdens de wandeling door het bos ontdekten we een oude tunnel die naar een verlaten mijn leidde.
- Na de zware regenval stroomde het water zo hoog dat de tunnel onder de snelweg gedeeltelijk ondergelopen was.
Woordoorsprong
Het woord 'tunnel' komt van het Franse 'tunnel', dat op zijn beurt weer afkomstig is van het Latijnse 'tunella', een verkleinwoord van 'tuna', wat 'ton' betekent, verwijzend naar de ronde vorm van veel tunnels.
Veelgestelde vragen over tunnel
Wat is de betekenis van tunnel?
tunnel betekent: (verkeer) een kunstmatige ondergrondse doorgang, m.n. op autowegen
Hoeveel betekenissen heeft tunnel?
tunnel heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft tunnel?
tunnel is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je tunnel in een zin?
Voorbeeld: “Verderop loopt de weg een tunnel in.”
Etymologie
*uit het Engels tunnel