turbotaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtʏrboˌtal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) (schertsend) modieus, vlot klinkend taalgebruikGewichtige woordenboeken mogen in dit tijdsgewricht dan weinig aantrekkingskracht hebben, voor taalvernieuwing, turbotaal, trends, hippe neologismen, is bij jongeren wel degelijk belangstelling.
Etymologie
*(intensiverende) , in de betekenis van ‘modieus taalgebruik’ voor het eerst aangetroffen in 1987
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek