tutu
mannelijk (de)/ˈtyty/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) toneelkostuum dat bestaat uit een rok in tule en een nauw aansluitend lijfje, vooral gedragen door ballerina'sSteffs favoriete kleding was een blauwe tutu
Etymologie
* van "tutu", in de betekenis van ‘rokje van danseres’ voor het eerst aangetroffen in 1899
Vertalingen
Franstutu
Spaanstutú
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek