tv-kijker

mannelijk (de)/teˈvekɛikər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. media (media) iemand die de uitzending van een bepaald televisieprogramma op een beeldscherm volgt
    Nederland won uiteindelijk toch door een daverende score bij de tv-kijkers thuis. Van het publiek kreeg hij 261 punten, waarmee hij tweede werd achter Noorwegen.
  2. media (media) iemand die gewend is om televisieprogramma's op een beeldscherm te bekijken
    De Nederlandse tv-kijker wordt overspoeld met nieuwe manieren om programma’s en series te consumeren. Lineair kijken - ouderwets zappen door een rijtje zenders - krijgt concurrentie van nieuwe spelers die je tot een week terug laten kijken.

Etymologie

* van tv-kijken of (verkorting) "televisiekijker"

Vertalingen

Spaanstelespectador