twaalf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwalᵊf/

Wat is de betekenis van twaalf?

twaalf betekent: "12", het getal tussen elf en dertien, tweemaal zes of driemaal vier

Betekenis

telwoord
  1. "12", het getal tussen elf en dertien, tweemaal zes of driemaal vier
  2. om een hoeveelheid aan te geven
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 12 is aangeduid
  2. groep van 12 eenheden

Voorbeelden van "twaalf" in een zin

  • Hij meldde zich aan bij de luchtmacht, slaagde voor de medische test en volgde daarna een basistraining van twaalf weken.
  • De totale kosten bedragen twaalf euro en zevenendertig cent.
  • Precies twaalf maanden na mijn terugkeer begon ik aan de Te Araroa Trail door Nieuw Zeeland.
  • Het juiste antwoord op opgave twaalf is "42".
  • Het is weer de twaalf die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "twaelf" van Oudnederlands "twelf", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 701

Uitdrukkingen

  • twaalf ambachten en dertien ongelukken.

Vertalingen

Engelstwelve
Fransdouze
Duitszwölf
Spaansdoce
Italiaansdodici
Portugeesdoze
Russischдвенадцать
Chinees十二
Japans十二
Koreaans열둘
Arabischاثنى عشر
Turkson iki
Poolsdwanaście
Zweedstolv
Deenstolv