twaalftal

onzijdig (het)/ˈtwalᵊfˌtɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep van twaalf stuks
    Een grote topfavoriet is er niet, ik zie een twaalftal kanshebbers. Waaronder Tiesj.de Standaard 30/03/2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180330_03438952 Supervorm van Benoot zorgt bij Lotto-Soudal voor vertrouwen: “We staan zeker niet met een B-ploeg aan de start” ]
    De bedoeling was om een gerenommeerd internationaal studiebureau aan te stellen. Een eerste poging mislukte. Er meldde zich maar één bureau aan, maar dat bleek eerder gewerkt te hebben voor het Brussels Gewest en Brussels Airport, en werd dus afgewezen. De minister trok er daarop zelf op uit en polste bij een twaalftal studiebureaus in binnen- en buitenland. Drie daarvan reageerden positief, antwoordde de minister eind februari op vragen in de Kamercommissie Infrastructuur. Er werd een officiële procedure opgestart, waarna het studiebureau eind maart, begin april gekozen zou worden.de Standaard 16/03/2018 om 11:49 door mg [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180316_03412480 Nog altijd geen kandidaten voor studie naar vlieglawaai boven de luchthaven ]

Vertalingen

Engelsdozen
Fransdouzaine