Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweehonderddrieënzestig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈdrijənˌsɛstəx/

Betekenis

telwoord
  1. "263", het getal tussen tweehonderdtweeënzestig en tweehonderdvierenzestig, tweehonderd plus drieënzestig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderddrieënzestig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderddrieënzestig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 263 is aangeduid
    Als jij tweehonderddrieënzestig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 263 eenheden
    Die tweehonderddrieënzestig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-soixante-trois
Duitszweihundertdreiundsechzig
Italiaansduecentosessantatré