tweeklank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtʋeklɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
    Het hedendaagse Standaardnederlands is relatief arm aan tweeklanken: er worden in het overgrote deel van het Nederlandse taalgebied drie tweeklanken gerealiseerd.

Vertalingen

Engelsdiphthong
Fransdiphtongue
DuitsDiphthong, Zwielaut
Spaansdiptongo