Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweekleppigen

/tweˈklɛpəɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klasse , gekenmerkt door een kalkschaal die uit twee spiegelbeeldig met elkaar verbonden schelpen bestaat
    Er staan ook diergroepen in die bij een opwarming van 1,5°C al een groot risico lopen. Dat zijn de vleugelslakken op hoge breedtegraden, tweekleppigen (zoals mosselen en oesters) op gematigde breedtegraden, en krill op hoge breedtegraden.

Etymologie

**[2] leenvertaling Neolatijn "bivalvia"