Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweevleugeligen

/tweˈvløɣələɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een orde van insecten waartoe alle vliegen () en muggen () behoren. De tweevleugeligen komen wereldwijd voor en worden vertegenwoordigd door honderdduizenden soorten, die in verschillende vormen voorkomen en een breed scala aan levenswijzen hebben. Bekende tweevleugeligen zijn de dazen, langpootmuggen en zweefvliegen
    Van de tweevleugeligen (vliegen, muggen), de schubvleugeligen (vlinders) en de vliesvleugeligen (mieren, bijen, hommels) zijn elk tussen de 155.000 en de 160.000 soorten beschreven.

Etymologie

*[2] leenvertaling van Latijn "diptera" en "δίπτερα", gevormd met "δι-" (di-) "twee-" en "πτερόν" (pterón) "vleugel"