twisten

/ˈtwɪstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) onenigheid hebben
    Het scheidende echtpaar twistte openbaar over het lot van hun kinderen, maar tot een publieke veldslag kwam het nooit.
  2. inerg (inerg) een heftige discussie voeren
    Zij twistten over de vraag hoe de bermen in Nederland het best beheerd kunnen worden.

Etymologie

*afgeleid van twist

Vertalingen

Engelsquarrel, dispute, argue
Fransse quereller, se chamailler, argumenter
Duitssich streiten, sich streiten
Spaansalegar, altercar, bregar