uilenbord

onzijdig (het)/ˈœylə(n)ˌbɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) driehoekig schot boven een trapeziumvormig eindschild van een schilddak
    Hij erfde de lenigheid van zijn opa Herre. Die liep op zijn handen over de nok van de boerderij – van uilenbord naar uilenbord.

Etymologie

*, zo genoemd omdat het in boerderijen was voorzien van een gat waardoor uilen konden binnenvliegen om de muizen binnen te bestrijden