uitbaatster
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van uitbaatster?
uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die een horeca-onderneming runt
Voorbeelden van "uitbaatster" in een zin
- In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.
- Na een tijdje had de uitbaatster van het café dit door en ze zat de kwajongens achterna met een emmer water.
Veelgestelde vragen over uitbaatster
Wat is de betekenis van uitbaatster?
uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt
Welk woordgeslacht heeft uitbaatster?
uitbaatster is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je uitbaatster in een zin?
Voorbeeld: “In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.”
Etymologie
* afleiding van uitbater
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek