uitbaatster
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van uitbaatster?
uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die een horeca-onderneming runt
Voorbeelden van "uitbaatster" in een zin
- In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.
- Na een tijdje had de uitbaatster van het café dit door en ze zat de kwajongens achterna met een emmer water.
Etymologie
* afleiding van uitbater
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek