uitbaatster

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van uitbaatster?

uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een horeca-onderneming runt

Voorbeelden van "uitbaatster" in een zin

  • In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.
  • Na een tijdje had de uitbaatster van het café dit door en ze zat de kwajongens achterna met een emmer water.

Veelgestelde vragen over uitbaatster

Wat is de betekenis van uitbaatster?

uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt

Welk woordgeslacht heeft uitbaatster?

uitbaatster is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je uitbaatster in een zin?

Voorbeeld: “In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.

Etymologie

* afleiding van uitbater