uitbaatster

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van uitbaatster?

uitbaatster betekent: vrouw die een horeca-onderneming runt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een horeca-onderneming runt

Voorbeelden van "uitbaatster" in een zin

  • In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.
  • Na een tijdje had de uitbaatster van het café dit door en ze zat de kwajongens achterna met een emmer water.

Etymologie

* afleiding van uitbater