uiteenlopen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich in verschillende richting bewegen
    Beider standpunten waren echter te veel uiteengelopen.
  2. absol (absol) verschillend zijn
    Hij legt uit dat de levensopvattingen van de Han-Chinezen en Tibetanen altijd ver uiteengelopen hebben.

Vertalingen

Duitsvariieren