uitklappen

/ˈœytklɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets met een scharnierende beweging naar buiten bewegen
    De Nederlanders beschikten over een geheim wapen dat hun wagen een grote voorsprong gaf. 'We hadden als enige team zonnecellen die we konden uitklappen als we stilstonden. Zo konden we extra energie binnenhalen en harder rijden.' Tubantia 10-10-13 [https://www.tubantia.nl/binnenland/delftse-studenten-winnen-world-solar-challenge~a938c012/ Delftse studenten winnen World Solar Challenge]
    Een helikopter liet de Dream Chaser zaterdag van een hoogte van ruim 3800 meter vallen om de vrije val te simuleren. Het ging lange tijd goed, totdat het landingsgestel moest uitklappen. De wielen aan de linkerkant klapten te laat uit, waardoor de Dream Chaser naast de landingsbaan belandde. Tubantia 29-10-13 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/kleine-spaceshuttle-nasa-eindigt-naast-landingsbaan~a4dd9b4f/ Kleine spaceshuttle NASA eindigt naast landingsbaan]
    Bij het plein van Campo dei Tolentini met de marmeren zuilen van de neoklassieke gevel van San Nicola, waar de terrasjes uitgeklapt stonden, diende ik rechtdoor mijn weg te vervolgen.

Vertalingen

Engelsfold open, spread out, unfold