uitleven

/ˈœytlevə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ (op): een verlangen tot verzadiging kunnen botvieren
    Hij leefde zich daar helemaal op uit.

Vertalingen

Engelslet oneself go
Fransdéfoudre
Duitsausleben
Spaansdesmadrarse