uitloopt
Wat is de betekenis van uitloopt?
uitloopt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlopen
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlopen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlopen
Voorbeelden van "uitloopt" in een zin
- ... dat jij uitloopt.
- ... dat hij uitloopt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek