uitlopen

Wat is de betekenis van uitlopen?

uitlopen betekent: (erga) lopend een ruimte verlaten

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) lopend een ruimte verlaten
  2. erga (erga) nieuwe takjes en blaadjes krijgen
  3. erga (erga) langer duren dan verwacht
  4. erga (erga) ~ op: resulteren in iets, als gevolg hebben
  5. iets wandelend volbrengen
  6. de afstand vergroten

Voorbeelden van "uitlopen" in een zin

  • Hij is woedend de kamer uitgelopen.
  • De lente is vroeg en bomen lopen al uit.
  • De vergadering liep uit.
  • Dat is uitgelopen op een grote nederlaag.
  • Dus nu zou het zwemmen worden, daar liep het altijd op uit. Eerst zou Tarzan een beetje aan lianen slingeren tot hij bij een rivier of meer kwam, waar hij in dook en wegzwom van de krokodillen alsof het een makkie was.

Betekenis en uitleg van uitlopen

Uitlopen betekent het voortzetten of uitbreiden van iets, zoals een activiteit of een gebeurtenis. Het kan ook verwijzen naar het letterlijk langer doorgaan dan gepland, zoals bij een evenement dat uitloopt.

Je gebruikt 'uitlopen' vaak in situaties waar dingen langer duren dan verwacht, bijvoorbeeld bij vergaderingen of afspraken. Het woord heeft een informele toon en kan een gevoel van frustratie of verrassing met zich meebrengen, afhankelijk van de context. Het kan ook gebruikt worden in de zin van het ontwikkelen of verder groeien van iets, zoals een plan of een project.

Voorbeelden

  • De vergadering liep uit omdat er zoveel punten op de agenda stonden.
  • Haar enthousiasme voor het project zorgde ervoor dat het uitliep tot een groter evenement dan oorspronkelijk gepland.
  • De film liep uit, waardoor we te laat waren voor het diner.

Woordoorsprong

Het woord 'uitlopen' is samengesteld uit 'uit' en 'lopen', waarbij 'uit' de richting aangeeft en 'lopen' beweging of voortgang impliceert. Het duidt op het verlengen van een proces of activiteit.

Veelgestelde vragen over uitlopen

Wat is de betekenis van uitlopen?

uitlopen betekent: (erga) lopend een ruimte verlaten

Hoeveel betekenissen heeft uitlopen?

uitlopen heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van uitlopen?

Synoniemen van uitlopen zijn: botten, knoppen, uitbotten, uitkomen.

Hoe gebruik je uitlopen in een zin?

Voorbeeld: “Hij is woedend de kamer uitgelopen.

Uitdrukkingen

  • Faliekant uitlopen (mislukken).
  • Uitlopen op iemand.

Vertalingen

Engelsleave, bud, sprout
Duitshinauslaufen, ausschlagen, austreiben
Spaansabrotoñar, retoñar, brotar