uitloper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groeiende, vaak kruipende, loot of stengel aan een boom of plantHet is tijd om die uitlopers wat in te korten, anders verwildert de hele struik.
- overdrachtelijk: iets dat op 1) gelijktAfghanistan heeft een lange uitloper in de noordoostelijke bergen.
Etymologie
* van uitlopen
Vertalingen
Engelsstolon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek