uitloper

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van uitloper?

uitloper betekent: een groeiende, vaak kruipende, loot of stengel aan een boom of plant

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groeiende, vaak kruipende, loot of stengel aan een boom of plant
  2. overdrachtelijk: iets dat op 1) gelijkt

Voorbeelden van "uitloper" in een zin

  • Het is tijd om die uitlopers wat in te korten, anders verwildert de hele struik.
  • Afghanistan heeft een lange uitloper in de noordoostelijke bergen.

Etymologie

* van uitlopen

Vertalingen

Engelsstolon